Het praktijkonderwijs duurt maximaal zes schooljaren. Het is onderverdeeld in een onderbouw (leerjaar 1 en 2), een middenbouw (leerjaar 3 en 4) en een bovenbouw (leerjaar 5 en 6). Alle leerlingen beginnen in de Onderbouw, maar daarna kunnen er verschillen ontstaan. Afhankelijk van de capaciteiten, interesses en motivatie van de leerling kan ervoor gekozen worden om de Midden- of Bovenbouw één of twee jaar te laten duren.
De leerlingen in de onderbouw komen van een school voor (speciaal) basisonderwijs. De vaardigheden die ze daar hebben geleerd, worden in de onderbouw verder ontwikkeld. De leerlingen krijgen de meeste lessen van hun groepsleraar. Daarnaast is er in principe iedere dag een praktijkles van een vakleraar. De klas blijft bij alle lessen samen. Een klas telt gemiddeld twaalf leerlingen.
De lessentabel bestaat uit de algemene vakken lezen, taal, rekenen, informatica, sport, wereldoriëntatie en Engels. De praktijkvakken zijn schilderen, houtbewerken, koken, techniek/metaal, tuinonderhoud en verzorging. Verder zijn er de extra activiteiten SRV en stagevoorbereiding. SRV staat voor ‘Sport, Recreatie en Vrije Tijd’. Bij SRV kies je een activiteit die je dan vier of vijf vrijdagmiddagen gaat doen. Voorbeelden zijn volleybal, sieraden maken, skaten, darten of zwemmen.
In leerjaar 2 lopen de leerlingen stage binnen Symbion. Ze voeren dan zelfstandig werkopdrachten uit in de huishoudelijke dienst van de school. Het doel is het leren van vaardigheden die horen bij het zelfstandig wonen. Ook leren zij tijdens deze interne stage samenwerken met een andere leerling.
In de middenbouw worden dezelfde algemene vakken en praktijkvakken gegeven als in de onderbouw, maar krijgt iedere leerling onderwijs op maat. De groepsleraar bekijkt welke vaardigheden een leerling nodig heeft en zorgt dat daaraan gewerkt wordt. Het aantal praktijkvakken in de middenbouw is beperkt. Je kiest vakken die passen bij je interesse en eventuele beroepsrichting. Verder hebben de leerlingen SRV en stagevoorbereiding.
In de middenbouw wordt begonnen met het leren werken zoals dat in een bedrijf gebeurt. Bij arbeidstraining doe je op school inpak- en montagewerk voor een bedrijf in de regio. Er is ook een externe stage onder begeleiding van een leraar bij een bedrijf. In het tweede jaar van de middenbouw gaan de leerlingen buiten school stagelopen. Ze hebben meerdere stages om hun voorkeur en mogelijkheden te ontdekken.
De leerlingen kunnen ook beginnen met een branchegerichte opleiding. Daar hoort een certificaat bij dat de kans op werk vergroot. Om zo’n opleiding te mogen volgen heeft de leerling een positief advies van de groepsleraar en de vakleraar nodig. Symbion heeft de volgende opleidingen: Veiligheidscertificaat (VCA), Heftruckchauffeur, Tractorrijbewijs, Mig/mag-lassen, Werken in de keuken, Werken in de schoonmaak, Werken met machines in het groen, Werken in het magazijn.
Leerlingen in de Bovenbouw zijn 16 jaar of ouder. Ze lopen minimaal drie dagen per week stage. Het aantal praktijkvakken wordt minder. Het vakkenpakket wordt bepaald door de beroepsrichting van de leerling. De stage is dan een plaatsingsstage. Dat betekent dat de school probeert de leerling via de stage aan een baan te helpen. Als dat gedurende het schooljaar lukt, kan de leerlingen direct aan de slag. Stagebegeleiders van Symbion verzorgen dan nog een jaar lang ‘jobcoaching’, zodat de leerlingen een goede start maken bij hun eerste werkgever.